Hoes Tailors

Vijf generaties Hoes

80 jaar vakmanschap


Wie door Alkmaar loopt, voelt het meteen: dit is een stad van doeners. Zo’n aanpakker was Ab Hoes ook, oprichter én naamgever van Hoes Tailors, dat dit jaar het 80-jarig bestaan viert. Achter de gevel aan de Geesterweg schuilt een familieverhaal waarin vakmanschap, ambitie en verbondenheid centraal staan. We spraken met Leon Hoes, vijfde generatie kleermaker uit deze familie. Hij groeide op boven de winkel, destijds nog aan de Egmonderstraat en werkte jarenlang in een atelier in Marokko. Leon is geschoold in de mode, maar leerde de écht fijne kneepjes van het vak vooral van zijn opa en vader.

Hoe is Hoes Tailors ontstaan?

“Mijn opa, Ab Hoes, kwam in 1939 vanuit Tilburg naar Alkmaar. Hier kon hij als meestercoupeur aan de slag bij Köster. In 1946 begon hij voor zichzelf en sindsdien is Hoes Tailors onlosmakelijk met Alkmaar verbonden. Tachtig jaar later staan we er nog steeds!”

Wat is er in 80 jaar hetzelfde gebleven en wat is er veranderd?

“Wat hetzelfde bleef: het ambacht en de passie. In het atelier staan moderne machines, maar ook een knoopsgatenmachine uit 1967. Die doet het nog steeds en wordt nog regelmatig gebruikt.

De Alkmaarse klant is in al die jaren eigenlijk niet veranderd: nuchter, geen poeha. Mensen willen kwaliteit, maar wel gewoon normaal blijven. Dat past bij maatwerk: tijdloos, persoonlijk en niet afhankelijk van trends die na één seizoen verdwijnen.”

Ondertussen komt de vader van Leon, Wim Hoes, zich voorstellen. Leon: “Mijn vader is nu 71 en mag best een stap terug doen, maar hij werkt nog altijd mee. Voor mij is dat een zegen; ruim veertig jaar ervaring vind je nergens anders.”

Je hebt niet alleen een trouwe klantenkring, maar ook een enorm
netwerk in Alkmaar. Hoe heb je dat opgebouwd? 

“Kleermaken is mensenwerk. Mensen komen hier voor iets bijzonders: een bruiloft, een gala, of omdat ze iets zoeken dat je nergens kant-en-klaar vindt. Maar ook voor verfijnde, alledaagse stukken die mooi zitten, lang meegaan en precies passen bij wie je bent. Het begint altijd met een kop koffie en een gesprek: wat past bij je, welke kleuren werken, hoe wil je je voelen in je kleding? We willen geen snelle verkoop, maar een relatie.

Die verbondenheid zit ook in hoe ik onderneem. Ik geloof sterk in lokaal samenwerken. Vrienden van mijn ouders zeiden altijd: je moet eten en drinken wat het land geeft. Mijn zaterdagochtend routine is al jaren een vast gegeven: sporten bij Trosfit, vleeswaren halen bij Eeken, brood bij Beerse, en dan nog even langs vishandel Jan Hoogland. Ook in de zaak werken we bewust met lokale ondernemers voor fotografie, marketing en de inrichting van de winkel, die in december 2024 is vergroot van 120 naar 200 vierkante meter. Daarnaast hebben we mooie samenwerkingen, zoals met Culinoir Plaza: al vijf jaar kleden we de mannen van die organisatie. Dat soort kruisbestuivingen vind ik geweldig.”

Hoe ga je het 80-jarig jubileum vieren? 

“Ik wil iets terugdoen voor de aarde. Daarom hebben we de actie Investeren in de volgende generatie opgezet: voor elk verkocht of verhuurd kledingstuk wordt een boom geplant. Alles wat hier de deur uitgaat, krijgt een boom ter compensatie. Spijkerbroeken zelfs vijf, die productie is een aanslag op het milieu. Zelfs het reinigen van smokings compenseren we. Na elke kassa-aanslag loopt de teller op, dus klanten zien meteen wat hun aankoop doet.”

Tot slot: waar hoop je dat Hoes Tailors over twintig jaar - bij het 100-jarig bestaan - staat?

“Ik hoop dat we dan nog steeds dezelfde waarden uitstralen: vakmanschap, authenticiteit en verbondenheid. De wijsheid van toen, met de technologie van nu. En mijn zoon Boris? Die is 7 en zegt dat hij later bij papa komt werken. Hij maakt nu al regelmatig koffie voor klanten, we wonen namelijk boven de winkel. Op dát punt herhaalt de geschiedenis zich dus alvast!”

Hoes Tailors